Woehaa!

Woehaa!

Agressieve spuugbeesten

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!




Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:


De lama!


De lama (Lama glama), soms ook schaapkameel genoemd, is een gedomesticeerd Zuid-Amerikaans hoefdier uit de familie der kameelachtigen (Camelidae). De naam is afkomstig uit het Quechua.
Behalve de gedomesticeerde lama bestaan er nog drie soorten lama's, de vicuña (Vicugna vicugna), de alpaca (Vicugna pacos) en de guanaco (Lama guanicoe). De guanaco is de nauwst nog levende verwant van de lama, en mogelijk de wilde voorouder. Het is echter ook mogelijk dat de lama afstamt van een aan de guanaco verwante wilde lamasoort, die tegenwoordig in het wild is uitgestorven. Alle lamasoorten zijn nauw verwant aan elkaar en de hybrides zijn vruchtbaar. De lama kan zelfs hybridiseren met de kameel. Een kruising tussen een lama en een kameel wordt cama genoemd.
Een lama staat bekend om zijn typische reactie tegenover (vermeend) gevaar, namelijk spuwen in de richting van zijn belager. Het uitgespuwde mengsel is afkomstig van de voormagen.


Dat de lama op jou spuugt is algemeen bekend. De lama ziet ongeveer alles voor gevaar aan, maar vooral kleine kinderen op kinderboerderijen met een boterhammetje in hun hand. Die vinden lama's ontzettend gevaarlijk, dus die tuffen ze helemaal onder.
Wat minder bekend is van de lama is dat hij ontzettend fotogeniek is. De lama trekt altijd een gekke bek als de camera op hem gericht staat. Hij is een ras-entertainer. Hij wil je vermaken met zijn gekke gezichtsuitdrukkingen. Misschien dat de lama een beetje baalt dat hij geen bulten op zijn rug heeft, zoals de kameel. De kameel staat daardoor toch wel bekend als mans favoriete lastdier in de woestijn. Daarom probeert de lama jouw aandacht te trekken door zo lijp mogelijk te doen met zijn gezicht en jou zoveel mogelijk in je bek te spugen. 
Tot slot goed nieuws, want het is in Nederland toegestaan om lama's te houden als huisdier, daarom volgen nu enkele tips:

- Zorg dat je een weiland hebt. Lama's zijn kuddedieren dus je moet er wel meteen een stuk of tien nemen.

- Houdt mannetjes en vrouwtjes gescheiden. Als je mannetjes bij vrouwtjes zet dan loop je kans te worden aangevallen door een mannetje, omdat zij constant hun vrouwtje willen beschermen tegen jou en je slechte bedoelingen.

- Lama's zijn zeer gevoelig voor hiërarchie. Ze kiezen in een kudde meteen een leider uit. Wees dus voorzichtig met het inpassen van nieuwe lama's. Het wordt gegarandeerd knokken.

-Zorg dat je eventuele andere huisdieren, zoals honden en katten, uit de buurt houdt van de lama's. Lama's voelen zich constant bedreigd en zullen uw andere huisdieren kapot schoppen en spugen. 

- Lama's zijn eigenlijk ontzetten agressief omdat ze zich constant bedreigd voelen en zullen daarom geen moment voorbij laten gaan om je aan te vallen of je nat te spugen. Begin er gewoon niet aan.


Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze agressieve schaapkamelen:




Altijd gekke bekken trekken

Zo is hij gewoon

Lama's zijn altijd in voor een gebbetje

Ook zonder benen houdt de lama zich staande


Lama's zijn eigenlijk alleen lief voor elkaar


Tot zover de lama. Volgende week weer een ander gek diertje!

Anale geursporen

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!



Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:


De bever!


De bever (Castor fiber) is een aquatisch knaagdier dat voorkomt in Europa en Noord-Azië. Het is het grootste knaagdier van Europa en een van de grootste knaagdieren ter wereld. Bevers leven in kleine familiegroepen in de buurt van water. Meestal leven er zo'n vijf of zes bevers in een groep, bestaande uit een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen. Jongen blijven zo'n twee jaar in een familiegroep, waarna ze hun eigen territorium gaan zoeken. Territoria worden afgebakend met anale geursporen, castoreum of bevergeil genoemd, die informatie bevatten zoals geslacht, verwantschap en mogelijk ook sociale status, leeftijd en grootte. Bij gevaar slaat een bever met zijn staart op het wateroppervlak. De aanwezigheid van bevers wordt verraden door de aanwezigheid van omgevallen bomen, bomen waarvan de schors is afgeschild, ondiepe kanalen en een burcht in het water. Als het mogelijk is, bouwen ze een nest in een ondergronds hol. Anders bouwen de bevers een burcht. Bevers bouwen minder snel een burcht dan hun Canadese verwant, en de burchten van bevers zijn ook minder groot.



Weer een illusie minder. Ik dacht altijd dat bevers een dam bouwden. Waar zijn al die tekenfilms dan nog goed voor? De Boze Bevers woonden altijd in een dam. Was dat dan allemaal een leugen? Nu blijkt dat bevers gewoon burchten of holen bewonen. Ik voel me bedrogen. 

Als ik iets van de bever zou mogen overnemen dan is het het de mogelijkheid informatie uit te wisselen via anale geursporen. Dat lijkt me heerlijk. Nooit meer gezeik op verjaardagen of ongemakkelijke familiegelegenheden waarbij je voor de tachtigste keer aan je oom moet uitleggen wat je doet voor werk. In plaats daarvan laat je vlak voordat iedereen binnenkomt een wind ergens in de hoek van de kamer en dan kan iedereen ruiken hoe de vlag erbij hangt. Ideaal, want dat scheelt een hoop gedoe. Bovendien weet iedereen dat ze niet in die hoek van de kamer kunnen blijven, omdat dat jouw territorium is. Voor de rest voel ik er weinig voor om een aquatisch knaagdier te zijn. 

Vooral ook omdat bevers de hele dag met hun tanden bomen staan af te schaven. Je mag best een liefhebber zijn, maar er zijn grenzen. De bever doet dat ook totaal niet uit kunstzinnige overwegingen. Die bomen worden er juist lelijker op. Bevers zijn heel pragmatisch, ze willen gewoon eten en wonen. Punt uit. Bevers zijn typische producten van het consumptiebos. Consumeren en nog eens consumeren. Iets teruggeven aan de natuur? Ho maar. Nou oké: anale geursporen en bevergeil. Maar de wereld een stukje mooier maken, daar haalt de bever zijn arrogante neusje voor op.
Bevergeil schijnt overigens naar vanille te smaken en daarom in vanilleyoghurt te worden gebruikt. Dat is wel een leuk gerucht. Ik hoop dat het waar is. 


Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze aquatische knaagdieren:

Een bever en een twijgje. Om op te eten.

Deze bever doet pogingen een tak te eten

Een bever zwemmend en etend

Een bever. Andermaal etend.

Weer een etende bever. En zwemmend

Een boze, consumerende bever


Tot zover de bever. Volgende week weer een ander gek diertje!

Ohjee wat lief

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!



Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:


De loris aap!
De loriachtigen (Lorisidae; ook wel incorrect Loridae) zijn een familie van trage, nachtactieve halfapen. Tot de familie behoren de lori's uit zuidelijk Azië en de potto's en angwantibo's uit Afrika. Ook de galago's worden soms tot deze familie gerekend.De loriachtigen hebben een ronde kop en grote ogen, zodat ze 's nachts goed kunnen zien. De loriachtigen zijn solitaire, boombewonende nachtdieren. Overdag houden ze zich schuil op takken, in een holle boom of in een boomholte. Ze bewegen zich traag voort en komen zelden op de grond. De loriachtigen hebben geen of een zeer kleine staart en poten van ongeveer gelijke lengte. Ze hebben een zeer sterke grip waardoor ze zich stevig kunnen vasthouden aan een tak. Loriachtigen kunnen wel een dag lang aan een tak hangen zonder last te krijgen van kramp.


Deze gekke halfaap heeft zulke grote ogen dat hij jullie kapot maakt met zijn schattigheid. Onderzoek heeft uitgewezen dat hoe groter de ogen, hoe schattiger de diertje (inktvissen en Emma Potten uitgezonderd). Als je de loris ziet en hij kijkt je aan met zijn grote ronde kijkers dan smelt je als een ijsklont op een grillplaat. Al heeft de loris aap op je schoenen gepoept, je huis in de fik gestoken en je moeder verkracht, als hij je aankijkt kan je helemaal niks meer en moet je hem wel vergeven. 

Hij maakt ook dankbaar misbruik van deze superkrachten. De loris is namelijk een luie nietsnut die hele dagen in bomen hangt en spijsverteert. Hij is de uitkeringstrekker van de jungle. Dat hij geen kramp in zijn armpjes krijgt is wel bewonderenswaardig. Hij hangt dan ook graag lekker een hele dag in een boom, want hij weet als geen ander dat als hij op de grond komt hij allerlei klusjes moet doen voor andere dieren. Daarom laat hij zich daar zelden zien. De loris aap leeft alleen voor zichzelf, hij is een egoïst. Een trage, slome egoïst. Ik word een beetje boos als ik er aan denk, maar zo ga ik foto's van hem kijken en dan is deze boosheid weer weg. 

Loris apen zijn ook zo ontzettend lui. Ze houden heel erg van verschillende soorten voedsel, maar ze kiezen ervoor om alleen op trage dieren te jagen, zoals wandelende takken, rupsen en miljoenpoten, omdat ze geen zin hebben om lang te jagen. Hij is gewoon te belazerd om zich een beetje in te spannen. Iedereen weet dat wandelende takken de magnetronmaaltijden van het dierenrijk zijn. Iedereen kan een wandelende tak vangen, dat kost geen eens moeite. De loris heeft luiheid op een nieuw leveltje gebracht.



Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze schattige uitkeringstrekkers: 

Hij heeft net je zus vermoord

Hij vindt zichzelf zo lief dat z'n handjes helemaal knuistjes zijn geworden

Beetje aan het hangen

Zeldzame beelden van een loris aap in beweging

Hee dat is mijn banaan.. Ach laat ook maar


Tot zover de loris aap. Volgende week weer een ander gek diertje!


 

De Jezusvogel

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!



Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:


De meerkoet!

De meerkoet (Fulica atra) behoort tot de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica). De meerkoet duikt veel, met name bij het zoeken naar waterplanten. Hij vliegt niet graag, hij verplaatst zich liever rennend over het water. Ook bij het opstijgen uit het water wordt eerst een stuk rennend afgelegd. Bij migratie, die meestal 's nachts plaatsvindt, kan hij echter grote afstanden afleggen.
De meerkoet is een omnivoor, die zich hoofdzakelijk voedt met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten. Ook worden zaden, gras en bessen gegeten. De meerkoet is monogaam. In het Noorden van Nederland wordt de meerkoet ook wel waterkip genoemd. Een meerkoet wordt gemiddeld tien jaar oud.



De meerkoet mag in de rest van Nederland ook gerust waterkip genoemd worden. Maar ook "Jezusvogel", want hij kan dus over water rennen. Wajooo. Sick. Hij is ook net als Christus een uitslover want hij kan gewoon vliegen, maar hij kiest ervoor om over het water te sprinten. Hij is een opschepper. Niet dat Jezus over water rende trouwens, die liep gewoon. De zoon van god was ook niet zo'n sportieve man. Al heeft hij het wel best lang volgehouden aan het kruis. En hij heeft in zijn eentje een enorm rotsblok weggeduwd voor de ingang van een grot, maar genoeg over Young Yeezy. Terug naar de waterkip. 
Een belangrijke kernkwaliteit van de meerkoet is zijn milieubewustheid. Meerkoeten bouwen nesten van afval. Zij recyclen shit die wij (de mens) in het water flikkeren, in de bosjes of waar dan ook in de natoer. En dat halen ze op en dan bouwen ze drijvende vloten op de water. Ze verzamelen onder andere plastic flesjes, tampons, sigaren, blikjes cola, plastic tassen, bonbon bloque verpakkingen, zakken en jodenkoektrommels en gaan als ware architecten aan de slag en bouwen drijvende paleizen. Dus als je into the wild bent, flikker gerust al je rotzooi op de grond, want de meerkoeten komen het toch ophalen om er villa's van te bouwen. De meerkoet kan dingen. Hij is een architect pur sang. We kunnen hem ook de Rem Koolhaasvogel noemen. Brrraap.

 
Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze waterkipjes:



 Een tevreden waterkip en haar al net zo tevreden kuikens

Prachtvilla

Young Yeezy

Een architectonisch hoogtepuntje

Opflikkeren rot eend! Kolereleier! Judas! 


Tot zover de waterkip / meerkoet / jezusvogel / Rem Koolhaasvogel. Volgende week weer een ander gek diertje!





Bedankt Romeinen

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!


Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:



Het konijn!

Het konijn (Oryctolagus cuniculus) is een zoogdier, behorende tot de orde der haasachtigen (Lagomorpha). Het is de enige soort uit het geslacht Oryctolagus. Het konijn wordt veelvuldig gehouden als huisdier. De grootte van het wilde konijn zit tussen die van de echte hazen en de fluithazen in met een lengte van 35 tot 50 cm. Konijnen hebben de behoefte om te spelen. Ze zullen speelgoed erg op prijs stellen. Geschikt speelgoed is onder meer: een kartonnen doos met een gat erin (om in te kruipen/bovenop te springen), lege toiletpapierrolletjes (om mee te gooien), een tennisbal aan een touwtje ophangen (om tegenaan te botsen), rotanballetjes (om te knagen en om te gooien), een oud telefoonboek (om te scheuren), een grote bak met aarde (om in te graven/wroeten), wilgentakken (om op te knagen), een stuk oud tapijt (om te krabben).


Maar vandaag gaat het in Dier van de Week vooral ook over neuken want: konijnen. 
Behalve behoefte om te spelen hebben konijnen vooral  behoefte om te neuken. Ze neuken werkelijk de hele dag door. Het kan ze niet vaak genoeg gebeuren en geef ze eens ongelijk. Monogame broeders zijn het niet, net als ooievaars dat niet zijn. Ze pakken iedereen.

Zoals hieronder op de foto's te zien is, hebben konijnen opvallend lange oren. Probeer daarmee te leren leven. Dat is gewoon wat konijnen doen: het hebben van lange oren. En neuken. De Romeinen hebben op een gegeven moment bedacht dat konijnen wel geschikte huisdieren zijn. Dankzij hen zitten dagelijks honderden konijnen in hokjes in de tuin apathisch voor zich uit te staren. Als ze mazzel hebben mogen ze in een hok met andere konijnen zodat ze tenminste nog wat te neuken hebben.

Bekende konijnen zijn: Broer Konijn, Nijntje Pluis, Bugs Bunny, Stampertje de super irritante bemoeial uit Bambi en Kootje de Nijn (die heb ik zelf bedacht).
En dan heb je natuurlijk nog Konijn Bertje. Die is misschien wat minder bekend onder het grote publiek, maar Bertje is het konijn van Floor (5 jaar) uit groep 2 van de Osdorpse Montessorischool. Floor heeft op 22 maart haar spreekbeurt over Bertje gehouden. Iedereen in Floor's klas weet nu alles over Bertje. Maar dan ook álles. Zijn hele privéleven ligt eigenlijk op straat. Bertje is op zijn zachtst gezegd not amused over deze hele gang van zaken. Hij is sindsdien zeer vijandig en agressief naar Floor toe. Ten slotte: konijnen kunnen hard rennen.




 Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze geile langoren:

Hoppa


 Weinig mensen weten dat konijnen in roedels jagen

                           Achter: een konijn op de uitkijk /  Voor: een heel klein hondje 



                                                             Hij ruikt onraad



Oké
Tot zover het konijn. Volgende week weer een ander gek diertje!







 






De ondergrondse

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!

Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:



De mol!

De mol (Talpa europaea) is een ondergronds levend zoogdier uit de familie der mollen (Talpidae). De mol heeft een korte zwartfluwelen vacht. Hiermee kan hij, dankzij een willekeurige plaatsing van de haren in de huid, even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen bewegen. Bij de meeste zoogdieren zijn de haren in een bepaalde richting geplaatst, meestal naar achteren, maar bij de mol kunnen de haren in de huidaanhechting kantelen, zodat ze niet blijven steken in de gangwanden als de mol achteruit krabbelt. De mol leidt een solitair bestaan. Alleen in de paartijd vormen ze paartjes. Omdat hun territoria kunnen overlappen, communiceren mollen met elkaar door middel van geuren en geluiden.

De mol is een held. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat hij zich gemakkelijk had kunnen laten afkeuren voor het leger, maar zo is de mol gewoon niet. Hij blijft liever voor volk en vaderland strijden. Het is bekend dat alle mollen hartstikke blind zijn. Ze zien bijna niks, maar toch blijven ze zich inzetten voor de ondergrondse. Ja, één ding is absoluut zeker en dat is dat mollen niet fout waren in de oorlog. Zij groeven geheime gangen onder de grond, waarmee ze de Duitsers te slim af waren. En nog steeds zijn mollen iedereen te slim af, want we zien ze bijna nooit. Af en toe verschijnt er een molshoop ergens in een tuin en dan weet men: we hebben met een mol te maken! Dan worden mensen meteen agressief. Mollenklemmen, uitroken, tuinslang erin kraan open alles. Ondanks zijn goede bedoelingen wordt de mol nog altijd geassocieerd met snitchen. Het teevee programma 'Wie is de Mol' is daar een goed voorbeeld van. Dat is ten onrechte. De mol is gewoon graag op zichzelf, maar dat betekent niet dat hij allemaal snode plannen aan het beramen is. Neen! De mol is gewoon lekker gangen aan het graven, op zoek naar een lekker regenwormpje of hij onderzoekt de mogelijkheden om een geel eendje te adopteren, een tuinbroek aan te trekken en in een grote klomp op het platteland te gaan wonen. Inderdaad, we praten over Henk.

Ps: de mol wil zich graag distantiëren van de gehele familie De Mol en met name Johnny. "Zij hebben niks op ons", aldus de woordvoerder van vereniging Mols Hoop.



 Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geselecteerde fotootjes van onze blinde maatjes:



 Hallo, ik ben een molletje

Op deze foto is goed te zien wat voor enorme graafklauwen de mol heeft

Grrrrrr! 

Een mol op het droge. Pijnlijk om te zien

Wat een slagveld!


Tot zover de mol. Volgende week weer een ander gek diertje!




 

Mens die lijkt op Nederlanders

Oh ja hoor: het is weer zaterdag!


Dat betekent dat zoals altijd het 'Dier van de Week' wordt aangewezen. Het dier van deze week is:



De neusaap!

De neusaap (Nasalis larvatus) is de enige soort in het geslacht neusapen (Nasalis), uit de wouden van Borneo. Het meest opvallende kenmerk van de soort is de grote uitstekende neus van het mannetje, waaraan het dier zijn naam dankt. Het is de grootste Aziatische slankaap. Het volwassen mannetje heeft een grote, naar beneden hangende neus, vrouwtjes hebben een kleine stompneus, en jonge dieren een wipneus. De aap heeft een rudimentaire duim. Een verklaring voor de grote neus van het mannetje is seksuele selectie: volgens deze theorie zouden vrouwtjes een voorkeur hebben om te paren met een mannetje met een grotere neus, waardoor de apen met een grotere neus een grotere kans hadden om hun genen door te geven. De Maleise bevolking noemt dit dier Orang Belanda ofwel de "Mens die lijkt op Nederlanders", waarmee ze de eerste scheepslui en missiepaters bedoelden die op Borneo voet aan wal hadden gezet.

 De Maleise bevolking vindt dus dat wij op neusapen lijken. Onthoud dat goed als je naar Maleisië gaat en je zit op een terras en het meisje van de bediening brengt je een cola terwijl ze een stralende glimlacht op je gooit. Dan weet je dat het allemaal gespeelde beleefdheid is. Ondertussen denkt ze: ik hoop dat je snel weer opflikkert lelijke neusaap.
Oké genoeg. De neusaap heeft dus een hele grote neus, maar niet om mee te ruiken zoals de wolf in het sprookje van Lil' Red Cap. Hij heeft dat om indruk te maken op de vrouwtjes. Dat is natuurlijk fantastisch. Als je een neusaap met een groot reukorgaan ziet dan weet je dat hij bitches get. Jonge neusapen hebben een wipneusje. Dat is hartstikke lief, want daarmee communiceren ze naar de andere apen van 'yo ik ben er nog niet klaar voor. Ik ben slechts een kindje'. Zodra de neus groter groeit en gaat hangen weten de andere neusapen: oké jij bent er klaar voor. En dan gaan ze paren als beesten. Wil jij de neusaap zien? Ga dan naar Borneo en zoek dan naar een aap met een opvallend grote gok. Heb je geen tijd om naar Borneo te gaan? Ga dan naar Apeltjesdoorn want daar leeft een bende neusapen in de Apenheul. Heb je daar ook geen tijd voor? Kijk dan gauw hieronder.

Dan volgen nu een aantal speciaal voor u geslecteerde fotootjes van onze groot beneusde vriendjes: 

Zijaanzicht van een neusaapexemplaar

 Genoeg geneuzeld heren

Een gezegende neusaap

Hier bovenop klimmen was een grote gok


Tot zover de neusaap. Volgende week weer een ander gek diertje!